Kerst !

Kerst … 2016.  De smartphone gaat al vroeg bij Els.  Ze ziet op haar scherm Kees, haar ex. Ze denkt jemig waarom appt hij al om half acht op eerste kerstdag. Kan die man nou nooit eens normaal doen denkt Els.

Els gaat eerst even douchen en leest pas later wat Kees schreef “ Ik ben wat later met het brengen van de kinderen, maar jij gaat toch naar je ouders zullen we afspreken op de parkeerplaats bij de Shell daar, je weet wel toch ?”

Els denkt krijg de rambam maar,  ik weet helemaal niks van de Shell , ik tank daar alleen als ik vergeten ben om te tanken eikel.  Weet niet wat jij daar vroeger deed maar daar wil ze verder niet over nadenken. Ze typt snel “je brengt ze maar naar mijn ouders, dat is verdomme vlakbij.”

Er komt zoals gewoonlijk geen reactie terug op haar iets te directe berichtje, het  zal wel goed komen denkt ze in gedachten en gaat haar lippenstift opdoen. Ondertussen denkt ze aan dat jochie van het glazen huis.  Weer tig miljoen opgehaald voor het goede doel maar volgend jaar is die arme ziel er waarschijnlijk niet meer bij.

Ze pakt snel haar spullen en gaat op weg naar haar ouders.  Ze ziet het Shell pomp station maar ze allang weer vergeten wat Kees had geschreven.

Ze zet de in haar auto op Radio 2 en geniet dat de de top 2000 weer is begonnen.  2 Brothers On The 4th Floor  “ Never alone “  dancing together you never alone…   al zingend komt ze bij haar ouders aan.

Kees heeft ondertussen zijn  dochter van zijn tweede vrouw al naar zijn moeder gebracht en is onderweg naar de Shell met zijn twee andere kinderen. Hij merkt dat hij geïrriteerd is,  ze rijdt hier gewoon langs dus waarom moet ik dan 3 kilometer omrijden, dat snapt zij toch ook wel.

Vanaf de achterbank krijgt hij geen bijval  “Pap breng ons gewoon even naar oma en opa. Dan hoeven we niet te wachten op mama, je weet toch ook dat we dan moeten wachten”

Kees zegt te hard nee en heeft al spijt toen hij het zei maar toch zet hij door “ik ben al laat voor de kerk,  ik wil niet als laatste binnen komen. Dat snappen jullie toch ook wel !”

De kinderen zuchten diep, als je ons dan maar wel wat geld geeft,  want voordat mama eens komt dan is het wel elf uur dat weet je zelf ook wel roept de jongste.

Kees weet dat en pakt zonder morren zijn portefeuille hij ziet dat hij alleen 20 euro heeft, maar zijn jongste dochter heeft het briefje al te pakken en geeft haar vader snel een kus zodat hij geen nee meer kan zeggen.

Zijn andere dochter doet snel een stap naar voren en geeft haar vader snel een luchtzoen, en knipoogt naar haar zusje. Die lacht triomfantelijk. 

Kees denkt nergens meer aan en stapt snel in zijn auto op naar de kerk. Hij denkt nog wel even of dit allemaal wel handig was, maar bedenkt zich alweer hoe laat hij weer terug moet zijn bij moeder, want die wil bridgen middags. 

De vader van Els doet de deur open en vraagt waar zijn kleinkinderen zijn. “Hallo pap , leuk dat ik er ben hé”  Sorry schat  je hebt gelijk  leuk dat je er bent hoor zegt hij iets te snel. Ik ben wat boos op mama. Waarom vraag Els want ze hebben nooit ruzie met elkaar. Nou ze heeft bedacht dat iedereen zijn mobiel in een mandje moet doen en pas weer terug krijgt als je naar huis gaat schat !  Els neemt het luchtig op en gooit haar smartphone tussen die van haar broers en zussen en loopt naar de woonkamer.

Haar dochters hebben inmiddels wat lekkere dingen gekocht bij de Shell en appen met wat vriendinnen hun moeder , opa , oma en oom maar krijgen geen reactie meer.

 

Rabobank

“Rabobank Heemstad met Dirk Veenhuis”

“Goedemiddag met Hamstra”

“Meneer Hamstra we hebben u situatie nogmaals bekeken maar wij verstrekken u geen krediet om u koeienstallen om te bouwen naar varkensstallen”. ‘het spijt me’ Klonk het door de luidspreker van zijn telefoon.

“Hmm jammer bedankt dan maar”

“Goedemiddag”

“Goedemiddag”

“Koffie ?”

“Doe maar” antwoordde ik.

“Het zit me niet me niet mee: aardappel oogst mislukt, de kans om de stallen te verhuren is nu ook wel weg”. “Door de BSE ben ik alle koeien verloren” voegde hij er ook nog aan toe. Na de koffie liep ik samen met hem over zijn erf. “Mooi erf heb je om het huis” Zei ik hem “Mijn erf” ‘Zeg maar gerust het erf van de Rabobank hoor, er is niks meer van mij bij.”Klonk het verbeten uit zijn stem.

“Kun je hier geen camping beginnen” vroeg ik hem.

“Nee mag niet. zit niet in het bestemmingsplan van de gemeente” antwoordde hij.

“Vier tentjes en drie caravans mag ik op het land hebben staan. Dan moet ik stroom aanleggen, douche’s maken, en nog veel meer dingen die bakken met geld kosten. En dan erbij wat kunnen de mensen hier in de buurt doen. Er is in de wijde omtrek helemaal niks, zeventien kilometer verderop is het eerste zwembad pas.”

Vanuit de grote schuur kwam zijn zoontje aanrijden op een klein trekkertje van plastic.”Dag meneer” riep hij vrolijk “Hoi, hoe is het met jou ben je aan het boeren ?” zei ik tegen hem. “Ja ben hartstikke druk vandaag later wordt ik ook boer net als mij vader” en weg was hij alweer “ moet nog hooien” riep hij geloof ik nog. “Tuurlijk jongen, later wordt jij ook boer net als je vader.” Zei zijn vader met trillende stem.

Max

Gisteren liep ik met mijn hond Max door de Spitaalstraat. Dit is een straat waar ik niet vaak kom. Het regende ook nog. Tegenover de ABN Amro naast de parkeerplaats ligt de Oudedoos, een oud pakhuis. Op de trap van het oude pakhuis, onder de grote luifel, zat een meisje met een bosje bloemen. Een heel mooi meisje. Tranen rolde over wangen. Ik dacht even na, wat nu doorlopen of vragen of ik haar kan helpen. Ik besloot het laatste. “Gaat het?”, vroeg ik. Ze keek op. “Jeetje wat een mooi gezicht”, dacht ik. Ze keek meer naar mijn hond dan naar mij. Dat was ik wel gewend omdat Max ook wel heel lief naar mensen kijkt. Ze vroeg: “Kan ik hem aaien”. Ze was hem eigenlijk al aan het aaien.

Max was gaan zitten en zo keek zij Max recht in de ogen en andersom. Het leek wel of die twee elkaar al jaren kenden. Ik stond een beetje ongemakkelijk. “Waarom ga je niet zitten?”, vroeg ze. Ik nam plaats naast haar. En zo keken we samen naar mijn hond. “Hij is wel lief hé.” “Yep”, mompelde ik. Haar tranen waren bijna allemaal weg. “Heb je ruzie met iemand”, vroeg ik haar. “Nee laat maar hoor”, zei ze. “Vertel maar wat je dwars zit hoor”, probeerde ik nogmaals.”Ach stomme wereld, een paar jaar terug was ik altijd het pispaaltje in de klas, mijn vader vond me het stomste schaap van de wereld, mijn moeder had alleen maar belangstelling voor mijn broertje omdat hij zo goed is op school.” Ik dacht: “Pispaaltje van de klas zo’n mooi meisje?”.

Ze keek me aan. Dat was de eerste keer dat ze me recht in de ogen keek. Ze wist wat ik dacht, leek het wel, want ze vertelde dat ze een paar jaar terug verschrikkelijk veel last had gehad van acne en verschrikkelijk dun en slungelig was geweest. Max legde zijn kop op haar been en keek haar rustig aan. Het leek wel of hij wist dat ze het moeilijk had. En nu is alles anders iedereen doet aardig en wil iets van me. Max had zijn hoofd nu bijna tegen haar buik gedrukt en liet zich lekker aan zijn hoofd krabbelen. “Hij wel”, dacht ik “dat beest heeft het toch maar weer voor elkaar”. Met één oog keek hij mij aan, ik weet zeker dat hij toen dacht: “Thanks man”.

“Die stomme loterij ook” begon ze’. Opeens draaide Max zich om en zag het zelfde wat ik zag: een kat! “Waarom nu”, zei ik zachtjes tegen mezelf. Max was al foetsie, rende over de weg achter de kat aan. “Sorry, ben zo terug”, zei ik. Vijf straten verder vond ik hem voor een schuttingdeur. De kat zat er bovenop en Max keek de kat boos aan. Ik lijnde Max aan en vloekte tegen hem, het deerde hem niet. Ik liep terug naar het pakhuis, het meisje was weg, maar haar bloemen lagen er nog. Had ik toch nog iets.

Vandaag 15-11-2016

Vandaag

Om half vier moest ik de deur uit. Het was net even droog, dus dat trof.Ik liep richting het station om eerst even wat te gaan eten. Er waren niet veel mensen, de mensen die er wel waren hadden één doel: naar huis. Omdat ik niets beters te doen had, telde ik het aantal mensen dat alleen in de auto zat die op het groene verkeerslicht wachten.

Het begon iets harder te waaien, de lucht werd onstuimig. Wolken raasden voorbij. Het werd voelbaar kouder. Het werd asgrijs boven de stad. Het regende. En hoe!

Ik rende naar een bushalte om daar te schuilen. Je kon de overkant van de straat niet eens meer zien. De auto’s die nog reden stopten, zo hard regende het. Tien minuten duurde het. Net zo snel als het begonnen was, was het ook weer droog.

Ik liep verder richting station. Nog ff het parkje door en dan zou ik er zijn. In de stationshal was het gezellig druk. Er stonden wat mannen in saaie pakken met elkaar te praten, een stel tieners was hun mobiele telefoon aan het testen, een paar oude dames waren op weg naar een feestje van de seniorenclub, studenten met grote tassen op weg naar de wasmachine.

Een meisje met een klein rugzakje op haar rug zonder doel, liep nerveus door de stationshal links, rechts en weer terug. Ik keek de stationsrestauratie in, mijn favoriete plekje was bezet door een oude man die een kopje koffie zat te drinken. Ik dacht: “Daar wacht ik mooi even op want op een andere plek gaan zitten, is het zelfde als ’s nachts een vreemd bed induiken.”

In de hal was een muur gebouwd om de vertrekkende en komende reizigers iets te scheiden met daarin grote ronde cirkels waar je op kon zitten. Het meisje met het rugzakje op haar rug was daar gaan zitten. Ze staarde voor zich uit, waar zou ze aan denken dacht ik bij mezelf. Ik schatte haar op een jaar of zeventien. Waar denkt een meisje van zeventien aan.

Zou je als vader zijnde weten waar je dochter van zeventien aan denkt. Misschien niet te hopen als je de krant van vanochtend las: “studentes doen het vaak ruig en met meerdere mensen tegelijk”, flitste door me hoofd. Ze pakte een pen en schreef iets op vanaf het reclamebord aan de muur. Ik stond net verkeerd om te kunnen zien wat op dat reclamebord stond. Opeens stond ze op en verdween de station trap op. Ik liep langs de reclameborden en er was er maar eentje met een telefoonnummer: Ongewenst zwanger, wat nu?